een vat vol tegenstellingen
Nog een levensles (al heb ik een hekel aan dat woord) is dat de mens een vat vol tegenstellingen is.
Soms voel je je sterk, dan weer zwak. Soms onafhankelijk, dan weer afhankelijk. Soms meelevend, dan weer hard/ onverschillig. Soms optimistich, soms pessimistisch. Etc. Etc.
Ik ben er achter gekomen dat dit geen punt is, zolang je maar niet in een bepaalde positie (bijv. pessimisme) blijft vastzitten.
Ik bent zowel dit, als dat of… soms dit en dan weer dat of ….tegelijk dit en dat.
Of…. ik ben voor mijn gevoel van welbevinden niet perse afhankelijk van die speciale anderen (emotionele afhankelijkheid versus emotionele onafhankelijkheid) en… ik kan ergens tegen op zien, maar ik kan het ook zien als iets uitdagends (iets positiefs waar je voor gaat).
We zitten allemaal gevangen in polariteiten maar die kunnen we overstijgen. Zo gauw ik me dit weer realiseer, dan voel ik me ineens ook weer losser/ vrijer: meer in evenwicht.
Boeddhisten kijken daar ook zo tegen aan, als ik het goed heb. Alleen zij spreken niet zozeer over polariteiten, maar over tegenstellingen of dualiteiten.
